• Grietje Y. M. François

Zuid-Chileense roots

Bijgewerkt op: 10 mei

Autobiografisch, over mijn adoptie


Mijn veertigste verjaardag leek me het geschikte moment om voor het eerst meer te vertellen over mijn adoptie, via sociale media dan nog wel. Wat volgt is een kort artikel over mijn zoektocht naar een puzzelstuk uit mijn verleden, heden en toekomst.


Veertig worden heeft wel iets. Op zijn minst een nieuwe voordeur. Het zet aan tot nadenken over de rest van je leven, als dat al niet eerder gebeurde. Je wordt nog zelden met “juffrouwke” aangesproken, iets wat me onlangs in de fietsenwinkel overkwam. Misschien is mijn beslissing om voor een mountainbike te gaan toch deels ingegeven door de gedachte aan dat ronde getal?


Dit jaar brengt mijn verjaardag iets extra met zich mee. Dan heb ik het niet over een fiets, maar over een ervaring, iets dat maar één keer in mijn leven langskomt. Zoals een komeet die passeert.


Vandaag heb ik de leeftijd die mijn biologische moeder had toen ik haar voor het eerst ontmoette.

Ze was twintig toen ze me opgaf voor adoptie. De procedure bepaalde een onmiddellijke afstand van haar pasgeboren baby, zonder te weten waar ik terecht zou komen. Een naam had ik al, mijn nieuwe thuis zou ik eind die maand ontdekken te Tienen, Vlaams-Brabant in het Koninkrijk België.


Mijn ouders hebben er nooit doekjes om gewonden. Ik wist van kleins af aan dat ik geadopteerd was. Dat ik geboren was in een ver land aan de onderkant van de wereldbol. Telkens ze me als kind het verhaal over hun reis naar Chili vertelden, vond ik het leuk om met mijn wijsvingertje over de kartonnen wereldbol te glijden, de route volgend die ze vanuit België naar Concepción – mijn geboortestad – en terug hadden afgelegd.


Naarmate de jaren verliepen stapelden de vragen over mijn afkomst zich op. Op mijn negentiende ben ik samen met mijn ouders de zoektocht naar mijn biologische moeder gestart. Haar naam vonden we terug in mijn adoptiedossier. Met behulp van een paar gedreven vrijwilligers was ze op enkele weken tijd gevonden.

Mijn Chileense moeder en ik correspondeerden eerst per brief. Een ervaren vertaler hielp ons met onze communicatie. Na enkele maanden spraken we af om elkaar in levenden lijve te ontmoeten.


In de Belgische lente van 2000 vlogen mijn mama en ik de Chileense herfst tegemoet. Een week zouden we in de zuidelijk gelegen Araucanía regio verblijven. Mijn oudste zus en haar schoonvader wachtten ons op aan de luchthaven van Temuco. We hadden nog enkele uren reistijd voor de boeg eer we op onze eindbestemming zouden aankomen.


Ik was te gast in het huis van mijn moeder, haar echtgenoot mijn twee jongere broers en jongste zus. Neven, nichten, tantes, nonkels, buren en vrienden hadden er zich de avond van onze aankomst spontaan verzameld. We werden er met open armen ontvangen. Iedereen die van de partij was had net zoals wij met enige spanning uitgekeken naar die eerste ontmoeting. Alles verliep gemoedelijk en vlot. Onze vertaler die de regio op haar duimpje kende maakte de familiale sfeer compleet.


De zeven dagen dat ons verblijf duurde bleken al snel te kort om met iedereen een praatje te slaan. Ik had voor mezelf al uitgemaakt dat ik zou terugkeren, want er was een band ontstaan, iets tussen vriendschap en familiaal verwantschap. Ik nam mezelf voor om tegen mijn volgend bezoek voldoende Spaans te kennen om naar behoren een gesprek te kunnen voeren. Zo gezegd zo gedaan.


Dat ik het puzzelstuk van mijn Chileense roots sinds die eerste ontmoeting in 2000 aan mijn persoonlijke geschiedenis kan toevoegen, ervaar ik als een enorme meerwaarde. Ik voel me ontegensprekelijk Belgische en Chileense, zelfs een tikkeltje Mapuche gezien de regio waar mijn familie uit afkomstig is. Hoe ik het ook draai of keer, België is mijn heimat, maar landen op Chileense bodem voelt evenzeer aan als thuiskomen.


Ik behoor toe aan twee werelden. De worsteling die ik daarover in mijn jeugdjaren doormaakte is voorbij.

En wat die mountainbike betreft, daar moet ik sowieso nog enkele maanden op wachten. Ik hoop dat ik hem ooit kan inzetten op mijn tochten langs de vulkanische meren en door de uitgestrekte naaldwouden die de Auracanía regio rijk is. Voorlopig lijkt het me verstandiger om er eerst de Kempische en Ardeense bossen mee te verkennen.


auteur: Grietje Y. M. François

zakelijk portret: Ken Pimontel - De Portretfotograaf



220 weergaven0 opmerkingen